Start - Home Start - Home     

  Email: info@smeedwerkunica.nl

 

Wat betekent het smeden van ijzer?

What does forging iron signify?

Het sterke en harde metaal ijzer aan je wil onder­werpen, dat is smeden. Dat gaat niet zo maar, zonder krachtsinspanning. Je kunt het metaal wel met de hamer in een vorm dwingen, maar het verzet zich heftig tegen die vervorming.
Tijdens en juist door het vervormen wordt het ijzer immer harder en sterker. Uiteindelijk wordt het onmogelijk de vervorming nog verder te forceren. Het ijzer is dan zo hard geworden dat het alleen nog kan scheuren. Dat is niet de bedoeling.
Gelukkig heeft de smid in het vuur een bond­genoot gevonden. Wanneer ijzer tot smeedhitte wordt verhit, is het veel makkelijker in vormen te smeden. Zolang het ijzer minstens roodheet is, kan het zich niet verstevigen.
Bij het smeden op het aambeeld koelt het ijzer natuurlijk snel af. Daarbij wordt het wederom weerbarstiger, het begint weer te verstevigen en verder hameren wordt al gauw onmogelijk.
Als je het ijzer ten tweede male verhit, verdwijnt echter die versteviging weer als sneeuw voor de zon, zodat de smid door kan gaan met zijn werk.
Van bondgenoot kan vuur ook vijand worden. Verhit je het ijzer tot te hoge temperatuur, dan verbrandt het in het vuur en kun je het eigenlijk wel weggooien. Het is waardeloos geworden.
Maar zelfs een beheerst vuur vraagt een offer. Bij elke verhitting wordt de uiterste schil van een staaf geoxideerd. Er ontstaat een dun laagje hamerslag. Bij het smeden valt deze deels van het ijzer af. Dat zijn de zwarte schilfers die men op en rond het aambeeld ziet. IJzerverlies! Je moet dus het aantal verhittingen zo klein mogelijk houden, zeker bij klein en dun werk. Anders houd je niets over.

Daar ligt een spanningsveld. Minder vaak verhitten betekent doorgaan met het smeden tot het ijzer relatief koud is. Maar koud smeden vergt grote inspanning en brengt het risico van scheuren. Een smid leert dus al spoedig dat hij zo snel moet werken als maar mogelijk is.






Subjecting the strong and hard iron to your will, that is forging. Hard work and much effort is necessary to realize this. You can force the metal into shapes using a hammer, but it offers fierce resistance against this deformation.
During and due to the deformation, the iron gets harder and harder, stronger and stronger. In the end it becomes impossible to force it any farther. The iron then is so hard it would tear upon further deformation. That of course is not what we want.
Fortunately the blacksmith finds a partner in fire. When iron is heated to at least red heat, it can be forged into the required shapes much more easily. As long as the iron is at least red hot, deformation does not make it any harder.
During forging on the anvil, the iron of course quickly cools down. It now again becomes stubborn, it hardens and soon any further hammering will be impossible.
If you heat the iron again for a second time, the workhardening will disappear as snow before the sun, so that the blacksmith can go on with his job.
Fire can easily turn from ally into enemy. If you heat the iron to too high temperature, it will burn in the fire and then you may as well throw it away. It is worthless.
But even a strictly controlled fire takes its toll. At each heating the outer shell of a bar of iron is oxidized, forming a thin layer of hammerscale. During forging this partly drops off. The black flakes you see on and around the anvil are hammerscale. Loss of iron! You had better keep the number of heatings to a minimum, particularly for small and thin work. Or you won't have any work left to speak of.

Here we have a conflict. Heating less often means continuing forging till relatively low temperature of the iron. But forging iron cold requires great effort and brings the risk of tearing. A blacksmith very quickly learns that he has to work as fast as at all possible.



naar de top    naar de top to the top    to the top